Twee nieuwe rapporten proberen inzicht te verschaffen in het huidige ondernemerschapslandschap aan Vlaamse universiteiten en hogescholen.
Zo worden de verschillende activiteiten die worden aangeboden om ondernemend gedrag en/of ondernemende aspiraties van studenten te stimuleren in kaart gebracht, samen met een overzicht van antecedenten van deze gedragingen en aspiraties.
De GUESSS 2023 - rapporten werden opgesteld in het kader van een onderzoeksproject over studentondernemerschap in Vlaanderen in opdracht van het Expertisecentrum Onderzoek en Ontwikkelingsmonitoring van de Vlaamse Gemeenschap (ECOOM), ondersteund door het Departement Economie, Wetenschap & Innovatie (EWI) en in samenwerking met het Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen (VLAIO). Het project wordt gezamenlijk gecoördineerd door de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Gent.
Enkele resultaten
Universiteitsstudenten
- De meerderheid van de respondenten (89,83%) zijn niet-ondernemers, terwijl beginnende ondernemers (i.e., individuen die betrokken zijn bij een opkomende, nieuwe onderneming) en actieve ondernemers respectievelijk 6,86% en 3,32% van de steekproef uitmaken.
- In vergelijking met vrouwen zijn er meer mannen in de beginnende (mannen: 10,51%; vrouwen: 4,75%) of actieve stadia (mannen: 4,45%; vrouwen: 2,69%) van ondernemerschap.
- De ondernemersintentie onder universiteitsstudenten die momenteel niet-ondernemer zijn wijzen op de aanwezigheid van een aanzienlijk potentieel voor toekomstig ondernemerschap: terwijl maar weinig niet-ondernemers overwegen om meteen na het afstuderen een nieuwe onderneming te starten, streven velen ernaar om dit later (vijf jaar na afstuderen) in hun leven te doen. Dit suggereert dat ondernemerschap op middellange termijn een aantrekkelijke carrièreoptie is en dat niet-ondernemers misschien eerst ervaring willen opdoen op de arbeidsmarkt in de publieke of de private sector vooraleer ondernemer te worden.
Hogeschoolstudenten
- De meerderheid van de respondenten (75,17%) zijn niet-ondernemers, terwijl beginnende ondernemers (i.e., individuen die betrokken zijn bij een opkomende, nieuwe onderneming) en actieve ondernemers respectievelijk 10,63% en 14,21% van de steekproef uitmaken.
- In vergelijking met vrouwen zijn er meer mannen in de beginnende (mannen: 13,99%; vrouwen: 7,80%) of actieve stadia (mannen: 16,35%; vrouwen: 12,66%) van ondernemerschap.
- Wanneer we kijken naar de ondernemersintentie onder hogeschoolstudenten die niet-ondernemer zijn, wijzen ook deze cijfers op de aanwezigheid van een aanzienlijk potentieel voor toekomstig ondernemerschap: terwijl relatief minder niet-ondernemers overwegen om onmiddellijk na het afstuderen een nieuwe onderneming te starten, ambiëren velen dit wel in een later stadium van hun carrière. Dit is in lijn met de resultaten van de universiteitsstudenten.
* Gelieve bij de interpretatie van de resultaten in acht te nemen dat de steekproef van de hogeschoolstudenten geen mooie spreiding over de Vlaamse hogescholen vertoont.