Op 16 en 17 juli kwamen EU-ministers van Onderzoek bijeen in Kopenhagen, tijdens een informele vergadering georganiseerd onder het Deens voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie (EU). België werd vertegenwoordigd door minister-president Matthias Diependaele bevoegd voor wetenschapsbeleid en innovatie, die vanaf juli 2025 België officieel zal vertegenwoordigen in de Raad Concurrentievermogen (luik onderzoek).
Digitale transformatie vraagt om regie, geen toeval
Tijdens de eerste sessie werd gedebatteerd over het versterken van Europa’s positie op het vlak van kritieke technologieën zoals AI, quantumcomputing en biotechnologie, essentieel voor de groene en digitale transitie én Europa’s technologische soevereiniteit. De bijeenkomst werd ingeleid door de Deense minister voor hoger onderwijs en onderzoek, Christina Egelund en rector David Dreyer Lassen (Universiteit van Kopenhagen).
Dreyer Lassen benadrukte dat Europa de digitale transitie actief moet sturen. De rapporten van Mario Draghi en Enrica Letta, over respectievelijk het toekomstig concurrentievermogen van Europa en de versterking van de interne markt, bieden een duidelijk kompas voor Europese beleidsmakers. Ze leggen bijzondere nadruk op publieke investeringen in onderzoek en ontwikkeling, en op het bevorderen van een efficiëntere publiek-private samenwerking.
Vier initiatieven uit Kopenhagen illustreren hoe Denemarken de digitale transitie vormgeeft:
- Pioneer Center for AI: samenwerking tussen overheid, universiteiten en bedrijven.
- CAISA: nationaal centrum voor verantwoorde AI.
- Gefion Supercomputer: publiek-private AI-infrastructuur ontwikkeld met NVIDIA, die binnen drie maanden operationeel was. Gericht op toepassingen in o.a. geneesmiddelontwikkeling.
- Innovation District Copenhagen: ecosysteem voor innovatie en talent.
Cruciaal volgens rector Dreyer Lassen: “Een sterk ecosysteem dat ook kansen biedt na mislukking en braindrain voorkomt. Er moet altijd ergens een nieuwe job-opportuniteit zijn wanneer een bedrijf na drie jaar faalt.”
Tot slot werd benadrukt dat Europa momenteel geen voorsprong heeft in AI-modellen, maar dat er wel veel potentieel zit in de toepassing van AI in domeinen zoals de gezondheidszorg, overheid en publieke sectoren, transport en logistiek, landbouw, etc..
Ministers vragen om meer Europese samenwerking
Tijdens het ministeriële debat over kritische technologieën kwamen structurele obstakels en kansen herhaaldelijk naar voren. Innovatie wordt geremd door een cultuur die falen afwijst en door complexe regelgeving. Er was brede consensus over de noodzaak tot betere samenwerking tussen lidstaten via gezamenlijke roadmaps, clusters en publiek-private partnerschappen.
Talent en infrastructuur vormen de ruggengraat van technologische vooruitgang in Europa. Investeren in menselijk kapitaal, levenslang leren en onderzoeksfaciliteiten is belangrijk om innovatie te versterken en Europa concurrentieel te houden.
Financiering blijft een uitdaging: Europa heeft nog geen duurzaam model voor opschaling van innovatie en het aantrekken van risicokapitaal.
Tot slot werd gepleit voor vereenvoudiging van procedures, innovatiegerichte aanbesteding en een flexibel regelgevend kader dat disruptieve technologieën ondersteunt. Het volgende kaderprogramma moet deze punten centraal stellen.
Het nieuwe kaderprogramma voor O&I
Op 17 juli stelde EU-Commissaris voor Startups, Onderzoek en Innovatie, Ekaterina Zaharieva de eerste contouren voor van het 10de Europese Kaderprogramma voor Onderzoek en Innovatie (KP10). Dit nieuwe programma, dat in 2028 van start gaat, vormt samen met het Europees Competitiviteitsfonds (ECF) een belangrijk onderdeel van het post-2027 EU-beleid.
Budgettaire ambities
De Europese Commissie stelde een budget van 175 miljard euro voor, bijna een verdubbeling van het huidige Horizon Europa-budget van 93,5 miljard euro. Het KP10-budget vertegenwoordigt circa 8,75% van het voorgestelde MFK-budget van 2.000 miljard euro. Binnen dit kader is het KP10 een zelfstandig programma, ingebed in het bredere Europees Competitiviteitsfonds, dat een totaalbudget krijgt van 409 miljard euro.
Structuur en inhoudelijke klemtonen
KP10 is opgebouwd rond vier pijlers, elk met een thematische focus en financiële inzet:
- Pijler 1 ‘excellente wetenschap’: de Commissie beoogt een verdubbeling van het budget voor de Europese Onderzoeksraad (ERC). Centraal staat het behoud van bottom-up onderzoeksfinanciering met ruimte voor wetenschappelijke nieuwsgierigheid, zonder politieke inmenging. Vrijheid van onderzoek en onafhankelijkheid van de ERC, alsook onderzoeksmobiliteit via MSCA blijven een hoeksteen van deze pijler.
- Pijler 2 ‘competitiviteit en maatschappij’ focust op collaboratief onderzoek en innovatie, met directe impact op maatschappelijke uitdagingen. Deze pijler vertoont een nauwe inhoudelijke en strategische samenhang met het Europees Competitiviteitsfonds (ECF). Hoewel deze koppeling steeds duidelijker vorm krijgt, blijft de exacte governancestructuur en de rolverdeling tussen KP10 en het ECF nog onderwerp van verdere afstemming en beleidsmatige verfijning.
- Pijler 3 'innovatie': binnen KP10 wordt het budget voor de Europese Innovatieraad (EIC) verdrievoudigd, waarmee de Commissie een duidelijke ambitie uitspreekt om Europa’s innovatiekracht te versterken. Ook de scope wordt uitgebreid: er komt structurele ondersteuning voor dual-use onderzoeksprojecten, een evolutie die eerder al werd aangekondigd onder Horizon Europa. Daarnaast is er specifieke aandacht voor defensiegerichte start-ups, die voortaan ook in aanmerking komen voor EIC-financiering.
Voor het eerst in vier decennia verschuift het Europees Kaderprogramma voor Onderzoek en Innovatie mogelijks van een exclusief civiel karakter naar een geïntegreerde benadering. Dual-use onderzoeks- en innovatieactiviteiten worden voortaan standaard opgenomen in het programma. Deze stap betekent een fundamentele koerswijziging.
- Pijler 4: deze pijler is gericht op het versterken en verder uitbouwen van de Europese Onderzoeksruimte. Er wordt verder geïnvesteerd in widening-instrumenten om ondervertegenwoordigde regio’s beter te integreren in Europese onderzoeksnetwerken. Deze instrumenten worden echter bijgesteld en verfijnd ten opzichte van het huidige Horizon Europa. Daarnaast omvat deze pijler ook gerichte investeringen in onderzoeks- en technologie-infrastructuren, wat belangrijk is voor de versterking van Europa’s wetenschappelijk ecosysteem.
Diependaele: “Duurzame vooruitgang in plaats van snel politiek rendement”
Minister-president Matthias Diependaele reageerde positief op de uitgesproken ambitie om van Europa een wereldspeler op het vlak van concurrentiekracht te maken. Hij beklemtoonde het belang van investeringen in excellentie en toekomstgerichte projecten, waarbij hij expliciet stelde dat dergelijke investeringen niet bedoeld zijn om op korte termijn politiek gewin te oogsten. Integendeel, ze moeten worden gezien als een strategische inzet voor de lange termijn, los van electorale cycli.
Diependaele waarschuwde dat financiële middelen op zichzelf niet volstaan. Het komt erop aan om middelen verstandig en doelgericht te besteden. Hiervoor is volgens hem een bredere mentaliteitswijziging nodig, waarbij ook vereenvoudiging van procedures centraal staat. Hij verwees naar hervormingsinitiatieven zoals omnibusmaatregelen, maar erkende dat de concrete vooruitgang tot nu toe beperkt is gebleven.
Tot slot onderstreepte hij het belang van wetenschappelijk onderzoek, maar voegde eraan toe dat er ook oog moet zijn voor marktgerichte toepassingen en valorisatie.
Stabiliteit en continuïteit
Tijdens de daaropvolgende werksessie in kleinere groepen nam Secretaris-Generaal Johan Hanssens de Belgische vertegenwoordiging op zich.
Hij reageerde tevreden op het voorstel, vooral omdat Horizon Europa een op zich staand programma blijft en de voorgestelde veranderingen geleidelijk zijn in plaats van ingrijpend. De focus blijft liggen op een open, bottom-up aanpak, wat volgens België goed in balans is.
Er is ook waardering voor de koppeling met het concurrentiefonds, wat een duidelijk signaal geeft aan de onderzoekswereld dat van hen het hele traject van idee tot impact wordt verwacht. Tegelijk zijn er nog vragen over hoe de samenwerking en besluitvorming tussen KP10 en het ECF precies geregeld zullen worden.
Weinig stimulansen voor transitielanden
Tijdens de plenaire sessie na afloop van de werksessie reageerden veel EU-lidstaten positief op het voorstel om het budget te verdubbelen en innovatie sterker te ondersteunen, met name via de Europese Innovatieraad (EIC). Ook de blijvende aandacht voor het ondersteunen van minder sterke onderzoeksregio’s (“widening”) werd gewaardeerd.
Tegelijkertijd maakten sommige van die widening-landen zich zorgen: ze vinden dat er te weinig stimulansen zijn voor landen die al inspanningen leveren om hun onderzoekssysteem te verbeteren. Ze voelen zich door de voorgestelde tweedeling in widening- en transitielanden benadeeld.
Zaharieva reageerde hierop door aan te kondigen dat widening-landen die niet in O&I investeren vanaf 2030 geen aansprak meer zouden maken op middelen voor capaciteitsopbouw.
Zaharieva: “Beschermd budget voor onderzoek en innovatie binnen het Europese Competitiviteitsfonds”
Tijdens de besprekingen werd uitvoerig stilgestaan bij de wisselwerking tussen het Horizon-programma en het nieuwe Europese Competitiviteitsfonds (ECF). Daarbij kwamen vragen naar boven over wie het beleid bepaalt en waaraan het geld besteed wordt. Eurocommissaris Zaharieva trachtte de lidstaten gerust te stellen: het budget voor collaboratief onderzoek binnen het ECF zou apart blijven en dus beschermd worden.
Ook het voornemen om een deel van de onderzoeksinfrastructuren via het ECF te financieren riep tal van vragen op. Tot slot werd benadrukt hoe belangrijk het is om onderzoeksresultaten beter te benutten en sneller naar de markt te brengen. Samenwerking, sterke ecosystemen en strategische onafhankelijkheid werden als prioriteiten genoemd, net als het belang van een open aanpak waarbij de Europese Commissie goed luistert naar de lidstaten.
Twee jaar intens debat
De onderhandelingen over de juridische grondslag en het finale budget van KP10 gaan van start in september 2025, onder de coördinatie van het Deens EU-voorzitterschap. Het streven is om tegen eind 2027 tot een definitief akkoord te komen binnen het bredere Meerjarig Financieel Kader.
Minister-president Diependael tijdens break-outsessie rond ‘kritieke technologieën’. V.l.n.r.: Diependaele, Bulgaars minister Valchev, Duits staatssecretaris Pleyer, en Cypriotisch Deputy minister Damianou (i.e. inkomend Voorzitterschap).
Secretaris-generaal Johan Hanssens, EU Commissaris voor startups, onderzoek en innovatie Ekaterina Zaharieva en Brits minister van staat voor wetenschap, Patrick Vallance.
Deens voorzitterschap
Van 1 juli tot en met 31 december 2025 neemt Denemarken het voorzitterschap van de Raad van Ministers van de EU over van Polen. Zoals gebruikelijk organiseert elk land dat het voorzitterschap bekleedt tijdens deze periode een informele bijeenkomst van de Raad op eigen grondgebied. Het Deens Voorzitterschap treedt aan op het moment dat het nieuwe voorstel voor het Meerjarig Financieel Kader (MFK) gepubliceerd zal worden (d.d. 16 juli 2025).
Denemarken zal binnen de Raad van de EU een leidende rol spelen voor wat betreft de daaropvolgende onderhandelingen. In het bijzonder zal de aandacht binnen het onderzoeksdomein uitgaan naar twee nauw verbonden initiatieven, het ECF en KP10.
Belangrijke O&I-dossiers onder het Deens voorzitterschap zijn:
- de KP10-onderhandelingen, die sterk gelinkt zijn aan het nieuw voorgestelde ECF;
- amendement op de EuroHPC-verordening: i.e. een uitbreiding met AI Gigafactories en quantum computing waarbij een juridisch kader wordt gecreëerd voor grootschalige en betrouwbare AI-modellen en het versterken van de Europese supercomputing-capaciteit;
- Raadsconclusies over de EU-strategie voor levenswetenschappen; en
- Raadsconclusies over de EU-strategie voor startups en scaleups.