De Vlaamse Regering vraagt de Europese Commissie om snel werk te maken van een doordachte Industrial Accelerator Act (IAA) die de Europese industrie helpt om sterker, groener en competitiever te worden.
Voor Vlaams minister-president Matthias Diependaele is het essentieel dat de IAA eenvoudig, technologieneutraal en werkbaar wordt uitgewerkt. Alleen zo kan de Europese industrie, en bij uitbreiding de Vlaamse industrie, blijven investeren, innoveren en bijdragen aan de klimaatdoelstellingen.
Onze energie-intensieve industrie – denk aan chemie, staal en non-ferro – is de motor van onze economie, goed voor bijna 40% van onze industriële activiteit. Maar die sectoren kampen met hoge energiekosten en zware internationale concurrentie.
Vlaanderen vraagt een Europese aanpak die realistisch en doeltreffend is: versterk de concurrentiekracht, versnel de klimaattransitie, maar maak het niet nodeloos complex.
Focus op energie-intensieve sectoren en een voorspelbaar vergunningenkader
De Vlaamse Regering benadrukt dat de IAA zich in de eerste plaats moet richten op energie-intensieve industrieën en hun toeleveringsketens. Deze sectoren zijn niet alleen cruciaal voor de Vlaamse economie, maar ook voor de Europese strategische autonomie.
Vlaanderen vraagt dat de IAA voorziet in snellere en eenvoudigere vergunningenprocedures, met duidelijke termijnen, een digitale één-loketbenadering en maximale afstemming met bestaande Europese wetgeving, zoals de Net-Zero Industry Act en de Critical Raw Materials Act.
“Bedrijven moeten kunnen rekenen op rechtszekerheid en voorspelbaarheid,” stelt minister-president Diependaele.
Wie wil investeren in industriële projecten, mag niet vastlopen in eindeloze procedures. Een vlot en digitaal vergunningsbeleid evenals een consistent en transparant Europees wetgevend kader zijn cruciaal om de concurrentiekracht van onze industrie verder te versterken.
Gerichte inzet van niet-prijscriteria in aanbestedingen
Vlaanderen erkent dat openbare aanbestedingen een hefboom kunnen zijn om de transitie te versnellen en strategische belangen te beschermen, maar pleit voor een gerichte en evenwichtige toepassing van niet-prijscriteria (zoals duurzaamheid of Europese herkomst).
Deze criteria moeten beperkt blijven tot de energie-intensieve sectoren, in het bijzonder staal en chemie, waar strategische belangen op het spel staan, en altijd in overeenstemming zijn met de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO).
“Vrije marktwerking blijft het uitgangspunt,” benadrukt Diependaele. “Europa mag niet evolueren naar een systeem van gesloten markten. We moeten slimme stimulansen geven, niet extra hindernissen creëren.”
Administratieve vereenvoudiging als rode draad
Tot slot onderstreept Vlaanderen het belang van administratieve vereenvoudiging bij de uitwerking van de IAA. Vlaanderen zet in op het verminderen van administratieve lasten vanaf het begin van het Europese wetgevingsproces. Het doel is regelgeving werkbaar te houden voor burgers, bedrijven en overheden, zonder de kern van de wetgeving te verzwakken.
Overbodige bureaucratie belemmert innovatie en leidt vaak tot frustratie en inefficiëntie, waardoor wetten binnen enkele jaren opnieuw moeten worden aangepast.
Ook bij openbare aanbestedingen streeft Vlaanderen naar vereenvoudiging en digitalisering. Door sectorale regels te stroomlijnen, wil de Vlaamse overheid versnippering vermijden, administratieve lasten verlagen en een transparant, toegankelijk en toekomstbestendig kader creëren voor ondernemers en overheden.
Vlaanderen maakt van vereenvoudiging een beleidsprincipe. Dat moet ook op Europees niveau het uitgangspunt zijn.
Download