"Inkomen buurt heeft negatief effect op kleine voedingswinkels"

Filter items
Nieuws
9 december 2015

De locatiefactoren zijn de redenen waarom een detailhandelaar zich al dan niet ergens vestigt. 

De auteurs van de studie "Verklarend model voor het ruimtelijke patroon van toegang tot detailhandel in het Vlaamse Gewest" (*) gingen op zoek naar de belangrijkste factoren en kwamen tot de volgende conclusies:

 

  • Voor kleine voedselwinkels is het bevolkingsaantal de belangrijkste bepalende factor om zich ergens te vestigen.

 

  • Voor supermarkten wordt net het omgekeerde vastgesteld: doordat ze gericht zijn op het realiseren van schaalvoordelen zoeken ze net weinig bevolkte gebieden op. In dichtbewoonde gebieden is deze ruimte voor grote oppervlaktes vaak te duur of ontbreekt ze gewoon. 

 

  • Gebieden met veel werkgelegenheid trekken een surplus aan winkelvloeroppervlakte aan. Er ontstaat namelijk een additionele markt voor de detailhandelaar die complementair is aan de residentiële markt.

 

  • Het mediaan inkomen van een buurt heeft geen positief effect op de winkelvloeroppervlakte. Integendeel, voor kleine voedselwinkels is er bijna overal een negatief effect. Dit kan o.a. verklaard worden door de hoge grond- en vastgoedprijzen in die gebieden en door de hoge mobiliteitsgraad.  

 

  • Aandeel allochtonen in een buurt heeft een positieve invloed op de lokale winkelvloeroppervlakte.

 

  • Grijze druk (veel ouderen in een buurt) heeft een positief effect op het winkelvloeroppervlak.

 

Beleidsreflecties

In hun conclusies focussen de auteurs Cant, Vanoutrive en Verhetsel zich vooral op het waarborgen van een toegankelijk aanbod voor consumenten.

"Dit rapport toont dan waar er zich een belangrijke ontkoppeling heeft voorgedaan tussen wonen enerzijds, en supermarktwinkelvloeroppervlakte anderzijds. Hierdoor dient vaak meer transport te worden ondernomen om de gewenste locatie te bereiken. Dit betekent dat de kans op problemen met de bereikbaarheid van deze locaties significant toeneemt, vooral met betrekking tot de minst mobiele burgers. Op basis hiervan lijken kernversterkende maatregelen te verantwoorden."

De ruimtelijke wanverhouding tussen wonen en winkelen wordt volgens de onderzoekers nog wel verzacht door kleine voedselwinkels, die zich wel nog dicht bij de bevolking vestigen.

"Een nuance is dat kleine voedselwinkels wel een kleiner aanbod hebben en in het algemeen duurder zijn. Verder dient ook opgemerkt te worden dat gebieden met bevolkingsgroepen die vaak minder mobiel zijn dan de gemiddelde burger, namelijk ouderen, allochtonen en lage inkomens gebieden, in het algemeen wel meer supermarktwinkelvloeroppervlakte hebben, al zijn er wel belangrijke lokale afwijkingen."

 Lees hier de volledige studie "Verklarend model voor het ruimtelijke patroon van toegang tot detailhandel in het vlaamse gewest"

(*) Studie van het Steunpunt Ondernemen en Regionale Economie (STORE). STORE heeft als hoofdtaak de Vlaamse overheid te adviseren op basis van fundamenteel en toegepast economisch toponderzoek, en dit binnen drie domeinen:

  • startende ondernemingen en ondernemerskapitaal,
  • de ontwikkeling en doorgroei van KMO’s,
  • het meten en identificeren van economische clusters (met bijzondere aandacht voor de analyse en implementatie van een nieuw industrieel beleid).

Daarnaast vormt het ontwikkelen van een gegevensbank aan regionaal-economische indicatoren (het zogenaamde Regional Data Warehouse, RDW) een belangrijke hoofdopdracht van het steunpunt.

 

Deel deze pagina

  • Vond u wat u zocht?

Contactgegevens

Sophie Callewaert

Afdeling Ondernemen en Innoveren
Beleidsmedewerker
02 553 37 89