Tweede rapport-Soete over innovatie in Vlaanderen: 17 aanbevelingen

Filter items
Nieuws
3 mei 2012

Plechtige overhandiging rapport-Soete aan minister Ingrid Lieten

Minister Lieten heeft professor Soete vorig jaar gevraagd om na zijn eerste rapport opnieuw een stand van zaken op te maken van het innovatielandschap in Vlaanderen. “De aanbevelingen van het rapport-Soete zijn de voorbije jaren telkens als leidraad meegenomen bij elk initiatief dat de regering heeft genomen in het domein van innovatie en wetenschappelijk onderzoek”, zegt Ingrid Lieten. Woensdag 2 mei 2012 overhandigde professor Soete haar officieel het tweede rapport met beleidsaanbevelingen. Minister Lieten zal de aanbevelingen de volgende weken zorgvuldig bestuderen, in overleg treden met de commissie Economie van het Vlaams Parlement en met het werkveld. Nog voor de zomer wil minister Lieten met een aantal acties naar buiten komen.

De aandachtspunten in het Vlaamse wetenschaps- en innovatielandschap situeren zich volgens professor Soete vooral in drie domeinen. Zo is er het lage innovatievermogen van de ondernemingen, het gebrek aan doorstroom van academische kennis naar onze industrie, en de uitdagingen die de toenemende internationalisatie met zich meebrengt. De evoluties in wetenschappelijke output zijn echter positief. Soete onderschrijft: “Vlaanderen staat hier aan de top.” Minister Lieten: “We hebben in Vlaanderen zeer goede wetenschappers en boeken zeer goede resultaten. Maar bedrijven vertalen die resultaten onvoldoende door in nieuwe producten en diensten.” Ook de overheidsinspanningen gaan de goede richting uit voor het behalen van de 3% doelstelling van de Europa2020-strategie, stelt het rapport nog.

Internationalisering

Het rapport-Soete benadrukt het belang van een weloverwogen internationale positionering van Vlaanderen. Professor Soete: “Een beleid kan zich niet beperken tot de regio Vlaanderen, terwijl kennis internationaliseert.” De minister reageert alvast positief op de aanbeveling uit het rapport en ondersteunt de noodzaak aan nog meer internationale samenwerking. “Er zijn al een aantal stappen gezet. Het Vlaams innovatiebeleid sluit opnieuw beter aan bij het Europese innovatiebeleid. Dat maakt dat onze bedrijven en kennisinstellingen met de Europese topspelers in uitdagende projecten grensverleggend werk verrichten. We moeten echter ook kijken buiten Europa en aansluiting zoeken met de meest dynamische regio’s. Zo ondertekende ik twee weken geleden een overeenkomst met de Volksrepubliek China. Volgende week ontmoet ik de minister van Internationale Relaties van Québec voor de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst tussen het FWO en Québec.”

Doorstroom naar industrie

Verder, zo stelt het rapport, moet werk worden gemaakt van een gunstiger klimaat dat mobiliteit van excellente wetenschappers aanmoedigt en een betere wisselwerking met de industrie bewerkstelligt. Zo moet er nog meer aandacht gaan naar stagemogelijkheden voor onderzoekers om de doorstroom naar industrie te stimuleren.

Minister Lieten nam reeds een goed onthaald initiatief: “Vorig jaar maakte ik vier miljoen euro vrij voor het beter begeleiden van jonge onderzoekers in hun loopbaan. Dit moet ervoor zorgen dat die jonge bollebozen de juiste vaardigheden opdoen om in hun verdere carrière het beste uit zichzelf te halen. Dit zowel in bedrijven, in de overheid als in de kennisinstellingen. Ik wil die ondersteuning trouwens jaarlijks toekennen en zelfs decretaal verankeren.”

Vorig jaar ontving minister Lieten ook aanbevelingen over het bevorderen van de mobiliteit van onderzoekers. Dat advies heeft ze reeds meegenomen in de ondersteuning van jonge onderzoekers, om hen ook internationale ervaring mee te geven.

Gefragmenteerd landschap

Het innovatielandschap komt vandaag gefragmenteerd over, zo stelt het rapport. De veelheid aan initiatieven die uit het werkveld zijn gegroeid, is enerzijds een teken van de interesse voor innovatie, maar heeft anderzijds een spontane fragmentatie teweeggebracht. We moeten misschien wat afstand nemen en het geheel gericht stroomlijnen. Soete bevestigt: “Het beleid heeft al een aantal stappen gezet om de versnippering tegen te gaan, door het creëren van lichte structuren.” Hierbij worden niet zozeer de structuren gefinancierd, maar wel de eigenlijke projecten. Ook moet creatieve destructie, waarbij oude manieren van werken steeds in vraag gesteld worden, een duidelijker plaats krijgen. Dit kan met het inbouwen van uitdoofscenario’s om overlappingen en complexiteit in het innovatielandschap weg te werken.

Ingrid Lieten: “Initiatieven die vroeger nuttig waren zijn dat vandaag misschien minder. Tijden en uitdagingen veranderen, zo moeten ook onze antwoorden en structuren veranderen. We hebben daartoe al enkele stappen gezet. De competentiepolen, hebben we in een lichte structuur gegoten. Zij krijgen voortaan een beperkt werkingsbudget. De middelen voor onderzoeksprojecten zitten bij het IWT. Zo gelden voor alle competentiepoolen dezelfde criteria.”

Vlaamse kmo’s innoveren te weinig

Professor Soete is van mening dat een one-size-fits-all beleid moet plaatsmaken voor een verder doorgedreven gesegmenteerd beleid op basis van innovatiecapaciteit van de onderneming. Het one-point-of-single-contact dient in de praktijk verder omgezet te worden voor de nodige ondernemersbegeleiding, die bijdraagt tot een bredere bekendmaking ook bij niet-innovatieve bedrijven en een vereenvoudigde toegang tot de innovatiesteun. “Een deel van de kmo’s vinden inderdaad de weg niet naar het innovatie instrumentarium,” zegt Ingrid Lieten. “Een tweede groep kmo’s vindt de weg wel, maar wordt geconfronteerd met teveel administratieve lasten. En een laatste groep is nog niet overtuigd van het belang van innovatie. Daar is een cultuurwijziging nodig. Voor de noden van de kmo’s zijn al grote hervormingen doorgevoerd. De focus ligt op begeleiding, innovatie en stimulering van de kmo’s. Het IWT heeft heel wat acties ondernomen om de drempel naar de kmo’s te verlagen zoals het verlichten van de procedures, werken aan een kortere doorlooptijd en een betere samenwerking met innovatiecentra om de drempel te verlagen. Gelukkig zien we dat ook in de cijfers, maar het is nog niet genoeg.”

Bredere invulling van innovatie

Innovatie krijgt in toenemende mate een bredere invulling, zo stelt het rapport. De noodzakelijke betrokkenheid van de verschillende beleidsdomeinen vraagt om een strategisch horizontale agenda op lange termijn voor innovatie in de publieke sector. Het rapport-Soete beveelt aan om het economie- en innovatiebeleid te integreren waarbij nieuwe trends zoveel mogelijk dienen ingebed te worden in strategieën van bestaande initiatieven. Verder is de valorisatie van technologische innovatie in toenemende mate afhankelijk van de verbreding van innovatie naar nieuwe vormen zoals sociale innovatie, creativiteit, diensteninnovatie.

17 aanbevelingen uit tweede rapport-Soete

Lees de 17 aanbevelingen in het volledige persbericht  Persbericht tweede rapport-Soete.

Deel deze pagina

  • Vond u wat u zocht?

Laatste tweets