Versterking van de Europese Onderzoeksruimte via een ‘Pact voor O&I’ en een mondiale aanpak van O&O&I centraal op de informele Raad Onderzoek te Slovenië

Filter items
Nieuws
19 juli 2021
Secretaris-generaal Johan Hanssens met EU-Commissaris voor Innovatie en Onderzoek Mariya Gabriel te Brdo Congress Centre in de omgeving van Ljubljana.

Op maandag 19 juli vond de informele ministeriële vergadering onderzoek fysiek plaats in Brdo pri Kranju/Ljubljana, Slovenië. Secretaris-generaal Johan Hanssens, verving Vlaams minister voor Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw Hilde Crevits – verhinderd wegens binnenlandse ambtsverplichtingen - en vertegenwoordigde België conform de toerbeurtregeling tijdens deze informele Raad onderzoek.

Twee belangrijke onderwerpen stonden op de agenda,

(1) de “Europese Onderzoeksruimte (ERA): het vertalen van gedeelde Europese doelstellingen naar maatregelen op nationaal niveau” en

(2) een “Evenwichtige openheid: De nieuwe mondiale aanpak voor onderzoek en innovatie”.

De delegaties bespraken de huidige stand van zaken van het ERA forum voor transitie en het pact inzake onderzoek en innovatie voor Europa, met specifieke aandacht voor de hervorming, de coördinatie en de governance van investeringen.

Tijdens het tweede beleidsdebat kwamen de verschillende aspecten van de mondiale aanpak voor onderzoek en innovatie aan bod, dat een nieuwe externe dimensie van de ERA vormt. Deze dimensie is van groot belang voor de voortzetting en versterking van de samenwerking met de partners wereldwijd op het gebied van onderzoek en innovatie.

De belangrijkste aandachtspunten voor Vlaanderen met betrekking tot de ERA zijn:

  • De governance-structuur dient voldoende synchronisatiepunten en ankerpunten te bevatten om het hogere strategische niveau (nl. de vastgestelde doelstellingen in het Pact inzake O&I en de ERA-beleidsagenda) te koppelen aan concrete acties en doelstellingen van zowel de ERA-gerelateerde werkgroepen als de nationale en regionale initiatieven. De processen verlopen best parallel en dragen bij tot de gemeenschappelijke doelstellingen.
  • Momenteel is de huidige ERA te veel een zaak van nationale en Europese administraties en te weinig één van het nationale/regionale en politieke niveau. Er is niet alleen behoefte aan een "ERA-check" door de regionale/nationale overheden (zijn het nationale/regionale beleid en de nationale/regionale activiteiten in overeenstemming met het ERA-beleid), maar ook een "ERA-reflex door de nationale/regionale ministers is nodig (hoe zullen nieuwe nationale/regionale beleidsmaatregelen ook de ERA en haar beleid ondersteunen). Daarom moet het gedeelte van de ERA-beleidsagenda (dat resulteert in politieke goedkeuring) worden opgesplitst in een beleidsvoorbereidende fase en een politieke goedkeuringsfase (die verder gaat dan goedkeuring als eindresultaat).
  • Ministeriële conferenties zijn prima voor meer diepgaande besprekingen, maar het meer regelmatige proces van Raadsvergaderingen en de voorbereidende besprekingen in de Raadswerkgroep Onderzoek zouden meer op de voorgrond moeten worden geplaatst.
  • Via tweejaarlijkse evenementen/ministeriële bijeenkomsten zou de betrokkenheid van de belanghebbenden geïntensifieerd kunnen worden. Ook hun betrokkenheid in het afsluiten van het pact is belangrijk.

De belangrijkste aandachtspunten voor Vlaanderen met betrekking tot een mondiale aanpak voor O&I zijn:

  • Steun voor het feit dat de EU op regels gebaseerd multilateralisme zal bevorderen en zal streven naar wederzijdse openheid en gelijke spelregels in de samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie om mondiale antwoorden op mondiale uitdagingen en de uitwisseling van beste praktijken te vergemakkelijken. Zij moet haar doelstellingen van open strategische autonomie ondersteunen door parallel daaraan haar bilaterale samenwerking zodanig te moduleren dat deze verenigbaar is met de Europese belangen en waarden.
  • Wederkerigheid moet een van de voornaamste prioriteiten zijn in de conclusies van de Raad over internationale samenwerking. Wederkerigheid betekent het creëren van gelijke concurrentievoorwaarden voor zowel nationale als buitenlandse actoren door het toepassen van dezelfde randvoorwaarden, het bieden van dezelfde steun en het opleggen van vergelijkbare beperkingen. Dit kan gebeuren in verschillende onderzoekssituaties, zoals deelname aan financieringsprogramma's voor O&O, toegang tot onderzoeksinfrastructuur, mobiliteit van onderzoekers, toegang tot open gegevens, vergelijkbare onderzoeksethiek, enz.
  • Wat innovatie betreft, moet er gelijke toegang zijn tot de interne markten, moeten de voorschriften inzake intellectuele-eigendomsrechten worden nageleefd, enz. Daarnaast moet meer vooruitgang worden geboekt op het gebied van openheid bij overheidsopdrachten.
  • In het kader van de richtsnoeren inzake buitenlandse inmenging moet er een evenwichtigere retoriek zijn waarbij internationale samenwerking met bepaalde internationale actoren niet hoofdzakelijk als een bedreiging wordt gezien (cf. "dwingende, heimelijke, bedrieglijke of corrumperende buitenlandse actoren") met onevenredig veel aandacht voor de risico's, maar waarbij ook de wederzijdse voordelen van samenwerking worden benadrukt.
  • Voorzichtigheid is geboden bij het beperken van de deelname aan acties in het kader van het programma Horizon Europa op basis van het onlangs ingevoerde concept van "open strategische autonomie" en dit alleen in uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen te doen. Transparantie en zekerheid zijn hier van cruciaal belang. Het is belangrijk is dat de paragrafen over strategische autonomie in lijn zijn met artikel 22(5) van de HEU-verordening.
  • Aandacht voor de rol van “science diplomacy” in de Raadsconclusies over mondiale aanpak voor O&I is nodig.

Meer achtergrond en duiding vindt u hieronder.

 

Deel deze pagina

  • Vond u wat u zocht?

Contactgegevens

Johan Hanssens

Staf
Secretaris-generaal
02 553 55 99

Meer nieuws

  • speurgids 2021

    'Speurgids 2021' nu beschikbaar

    23 juli 2021

    In de nieuwe Speurgids 2021 worden de kredieten uit de Vlaamse begroting die te maken hebben met de ondersteuning van het economisch, wetenschaps- en innovatiebeleid in brede zin (4,357 miljard euro) geïntegreerd geanalyseerd en toegelicht.

  • COVID-19: Gerichte bescherming en extra controleurs

    19 juli 2021

    Op voorstel van Vlaams minister van Economie Hilde Crevits wordt de controle op uitbetaalde bescherming aan ondernemers opgedreven. Er komen bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen 15 inspecteurs bij voor de komende 2 jaar om de 565.000 coronadossiers sneller te controleren. Daarnaast komt er een verlenging van het Vlaams beschermingsmechanisme voor een aantal sectoren die nog steeds sterke hinder ondervinden door de coronamaatregelen zoals discotheken, feestzalen, hotels en bepaalde ondernemers in de eventsector. Tot slot wordt de heropstartlening verlengd tot 30 september 2021.

  • Beslissingen Vlaamse Regering - Economie, Wetenschap en Innovatie (16 juli 2021)

    Beslissingen Vlaamse Regering - Economie, Wetenschap en Innovatie (16 juli 2021)

    16 juli 2021

    O.a. continuering strategische roadmap Regmed XB, subsidie en werkplan Vlaamse AI Academie, selectie en goedkeuring UNESCO projectvoorstellen voor financiering via het Vlaams UNESCO-Trustfonds Wetenschappen en vervolgmaatregelen Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de coronavirusmaatregelen

  • EU-nieuws deze week | 12 - 16 juli 2021

    16 juli 2021

    Onder de titel ‘EU-nieuws’ verzamelt het departement EWI voor u relevante items over economie, wetenschap en innovatie uit de EU-nieuwsstroom van de afgelopen week: EU Publicatieblad, de persberichten van de Europese Commissie, nieuw gepubliceerde initiatieven enz.

  • 120 miljoen euro extra voor Vlaamse onderzoeksinfrastructuur uit Vlaams relanceplan

    10 juli 2021

    Vlaams minister van innovatie Hilde Crevits voorziet in 120 miljoen euro voor nieuwe onderzoeksinfrastructuur verspreid over heel Vlaanderen.  Het gaat om 23 projecten van de 5 Vlaamse universiteiten en de kennisinstellingen imec, VITO, ILVO, Flanders Make, Instituut Tropische Geneeskunde en Biobase Europe Pilot Plant. De investering moet Vlaanderen versterken als innovatieve regio en past binnen het relanceplan Vlaamse Veerkracht, met focus op duurzaamheid, digitalisering en gezondheid.