Belgisch Voorzitterschap leidt de weg naar een nieuw Europees Concurrentiepact met set Raadconclusies

Gepubliceerd op 21 juni 2024

Concurrentiekracht onder druk

De Europese Raad riep tijdens haar bijzondere bijeenkomst op 17 en 18 april 2024 op om werk te maken van de uitvoering van een nieuw Europees concurrentiepact (a new European Competitiveness Deal) om de concurrentiekracht, de welvaart en het leiderschap van de Unie op lange termijn te waarborgen en tegelijkertijd haar strategische soevereiniteit te versterken.

Tijdens het Belgisch voorzitterschap heeft de Raad Concurrentievermogen vier reeksen Raadsconclusies aangenomen, die een belangrijke leidraad vormen voor een dergelijk concurrentiepact dat onder de nieuwe Europese Commissie vorm moet krijgen.

De oproep van de Europese staats- en regeringsleiders voor een nieuw Europees concurrentiepact kwam er niet toevallig. De afgelopen jaren zijn gekenmerkt door technologische, economische en geopolitieke verschuivingen die een impact hebben op het concurrentievermogen van de Europese industrieën.

Crisissen, zoals de COVID-19 pandemie, de oorlog in Oekraïne, en de energiecrisis hebben Europese bedrijven en hun toeleveringsketens zwaar onder druk gezet. Tegelijkertijd bieden de ambitieuze doelstellingen van de Unie op het gebied van digitaal leiderschap en klimaatneutraliteit belangrijke opportuniteiten om industrieel en technologisch leiderschap op te bouwen en kwaliteitsvolle banen te creëren.

Tijdens de Europese top in april presenteerde Dhr. Enrico Letta zijn rapport ‘Much more than a market’ over de toekomst van de interne markt.

Dit rapport, samen met het binnenkort verwachte rapport van Mario Draghi over het concurrentievermogen van de EU, zal bijdragen aan het debat over de fundamenten van het beleid van de volgende Europese Commissie.

Download hier de publicatie

Het Voorzitterschap viel België dan ook te beurt op een cruciaal moment. De Europese concurrentiekracht staat onder druk en vraagt om urgente en daadkrachtige acties. Tegelijkertijd staan de inauguratie van een nieuwe Europese Commissie en de start van een nieuwe wetgevende periode voor de deur.

Het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) zag deze periode als een unieke kans om richting te geven aan een Europees beleid dat voorspelbaar, toekomstbestendig en coherent is, vanuit een perspectief van zowel de industrie als onderzoek en innovatie.

Deze initiatieven zijn complementair en bieden bouwstenen aan voor een gecoördineerd beleidskader dat onderzoek en innovatie, investeringen en industriële transformatie stimuleert om te komen tot een goed functionerende competitiveness deal op lange termijn met een meer horizontale dan sectorale benadering van het Europees industriebeleid.

Het is daarom belangrijk om de O&I-capaciteit van de Europese Unie verder te versterken, de markvalorisatie van O&I te versnellen en de nodige financiering en de juiste randvoorwaarden ter versterking van de concurrentiekracht van de EU te voorzien. De nieuwe Europese wetgevende cyclus die van start gaat onder het Hongaars Voorzitterschap biedt hiervoor een momentum.

Naar een proactief Europees beleidskader

Recent zijn reeds verschillende beleidsmaatregelen genomen om de veerkracht van de Unie te waarborgen en haar technologisch leiderschap te versterken. De invoering van de Europese Chipsverordening vormde een cruciaal startpunt in de inspanningen van de Unie om de toenemende strategische afhankelijkheden en verstoorde toeleveringsketens aan te pakken en om het leiderschap van de Europese Unie op het gebied van halfgeleidertechnologieën en -toepassingen te versterken.

De publicatie van het Green Deal Industrieel Plan door de Europese Commissie onderstreepte de urgentie om de veerkracht en het concurrentievermogen van de EU te waarborgen te midden van de groeiende internationale concurrentie en om de Europese Green Deal aan te vullen met een plan om de Europese industrieën te ondersteunen in hun overgang naar klimaatneutraliteit.

Integraal onderdeel van het Green Deal Industrieel Plan waren twee belangrijke wetsvoorstellen waar het departement EWI mee haar schouders onder heeft gezet: de Verordening nettonulindustrie en de Verordening kritieke grondstoffen.

Terugkijkend op de voorbije wetgevende cyclus, werd het beleid van de EU gekenmerkt door ad-hoc en reactieve initiatieven, wat op dat moment de meest gepaste beleidsreactie was. Toch zijn de Europese lidstaten van mening dat een proactief beleidskader nodig is, dat voortbouwt op de sterke punten van de Unie, dat inzichten put uit eerdere wetgevingsinitiatieven en dat integraal deel uitmaakt van het nieuwe Europese Concurrentiepact.

Onderzoek en innovatie (O&I) cruciaal voor een competitieve industrie

Onderzoek en innovatie (O&I) voor en door de industrie worden steeds belangrijker in het licht van de groene en digitale transitie. Om efficiëntie en doeltreffendheid na te streven, moeten strategische prioriteiten als een rode draad door het industrie- en O&I-beleid lopen. Dit moet gepaard gaan met duurzame investeringen in O&I om het Europese concurrentievermogen, de veerkracht en duurzaamheid van de Unie te versterken, en de maatschappelijke en economische impact te vergroten. Om de valorisatie van kennis en de marktopname van innovaties te stimuleren, is een belangrijke rol weggelegd voor onderzoeks- en technologie-infrastructuren en moeten publieke en private financiering verder op elkaar worden afgestemd om de investeringskloof op het gebied van O&I te overbruggen.

De aantrekkelijkheid van de Unie voor O&I-talent, haar vermogen om publieke en private investeringen aan te trekken en een stabiele en ambitieuze begroting voor het kaderprogramma voor O&I zijn noodzakelijke elementen om het concurrentievermogen van de Unie een impuls te geven. De collectieve mobilisatie van kennis, mensen, vaardigheden, gegevens en technologieën zal het vermogen van de Unie versnellen om een kenniseconomie te bevorderen, waarin het creëren en benutten van kennis de drijvende kracht is achter economische vitaliteit, industrieel leiderschap, maatschappelijke vooruitgang en oplossingen voor mondiale uitdagingen. In dat verband wordt het voorstel van Dhr. Letta om een vijfde vrijheid toe te voegen aan het kader van de interne markt ter bevordering van onderzoek, innovatie en onderwijs positief onthaald.

De lidstaten en de Unie moeten de inbedding van O&I in de kern van de eengemaakte markt bevorderen en de Europese onderzoeksruimte verder versterken. De openheid van de internationale samenwerking moet in evenwicht worden gebracht en worden verbeterd om de onderzoekszekerheid te vergroten en zo het concurrentievermogen en de veerkracht van de Unie te versterken, gezien de veranderende geopolitieke context.

Ook inzetten op digitalisering is belangrijk om het concurrentievermogen van de industrie te versterken. De wijziging van de EuroHPC-verordening tijdens het Belgisch voorzitterschap maakt het mogelijk om het Europese leiderschap op het gebied van AI verder te stimuleren door AI-fabrieken op te richten om een AI-ecosysteem in de Unie te ondersteunen en de toegang van AI-startups en kmo’s tot de Europese supercomputers te vergemakkelijken. Het initiatief zorgt ervoor dat de Europese supercomputercapaciteiten verder versterkt ingezet kunnen worden voor de ontwikkeling van artificiële intelligentie om internationaal voorop te lopen in de technologische wedloop.

Economische veiligheid als nieuwe Europese prioriteit

De EU moet ook een concurrentievoordeel behalen in technologieën die cruciaal zijn voor de economische veiligheid, zowel in industriële toepassingen als innovatie. Dit is essentieel om de open strategische autonomie van de EU te waarborgen. De Raad heeft tijdens het Belgisch voorzitterschap de Raadsaanbeveling over het verbeteren van de kennisveiligheid goedgekeurd.

Een geoptimaliseerde financieringstoolbox

Een andere essentiële bouwsteen van een alomvattend en proactief Europees beleidskader is financiering. Het verbeteren van de toegang tot financiering zal een belangrijke factor zijn bij het behouden van investeringen en het aantrekken van banen. Verdieping van de kapitaalmarktenunie (CMU) zal bijvoorbeeld ook belangrijk zijn om de broodnodige particuliere investeringen aan te trekken. Bovendien zal het toekomstige industriebeleid ervoor moeten zorgen dat er een eerlijk en effectief mededingingsbeleid wordt gevoerd.

Dienovereenkomstig moet het Europese kader voor staatssteun consequent worden toegepast en adequaat worden gecontroleerd door de Europese Commissie. In dit verband wordt in het Letta-rapport voorgesteld om verder te werken aan het stroomlijnen van staatssteun processen en het vereenvoudigen van het diverse en complexe staatssteunlandschap.

Het onderstreept het belang van een meer Europese aanpak van het industriebeleid van de EU, en stelt een mechanisme voor om bij te dragen aan staatssteun, wat zou inhouden dat lidstaten een deel van hun nationale middelen toewijzen aan de financiering van pan-Europese initiatieven en investeringen. Vlaanderen roept de Raad en het komende Hongaarse voorzitterschap op om deze voorstellen verder te onderzoeken.

De Europese lidstaten vragen aan de Commissie om de bestaande financieringsinstrumenten te evalueren en waar nodig te verbeteren en te analyseren of het financieringsinstrumentarium voor de industrie effectief genoeg is om de gemeenschappelijke doelstellingen tijdig te bereiken.

Randvoorwaarden voor een aantrekkelijk ondernemingsklimaat

Ten slotte zijn de juiste randvoorwaarden een essentiële vereiste voor een concurrerende Europese industrie. Dit omvat de noodzaak om de interne markt te versterken en te verdiepen, rechtszekerheid te waarborgen en vergunningsprocedures en regelgeving te stroomlijnen om investeringen en innovatie te bevorderen, administratieve lasten te verminderen, te werken aan slimmere regelgeving en te investeren in infrastructuur voor transport, energie, CO2 en digitale diensten. Daarnaast zijn ook energiezekerheid, een ambitieus, robuust, open en duurzaam handelsbeleid, normalisatie en de valorisatie van intellectuele-eigendomsrechten van fundamenteel belang voor het behoud van het concurrentievermogen en de bevordering van duurzame groei in de Europese economie.

Met het oog op de interne markt als motor van het Europese concurrentievermogen, erkennen de aangenomen Raadsconclusies Interne Markt niet alleen de successen van de interne markt in de afgelopen dertig jaar, maar onderkennen zij ook de noodzaak van een nieuwe strategie om het onaangeboorde potentieel ervan te benutten. In deze conclusies van de Raad werd met name de noodzaak benadrukt van het nemen van concrete stappen in de richting van verdere integratie, het terugdringen van de fragmentatie, het wegnemen van ongerechtvaardigde en onevenredige belemmeringen – vooral als het gaat om grensoverschrijdende diensten – en het voorkomen van beperkingen op het vrije verkeer.

Voor het welslagen van de tweeledige transitie moeten burgers beschikken over de relevante competenties en vaardigheden voor een toekomstbestendige economie en arbeidsmarkt, op alle niveaus en in alle relevante sectoren. Het Europees Jaar van de Vaardigheden benadrukte dit, en het momentum moet behouden blijven. Onderwijs, opleiding, levenslang leren en mobiliteitskansen zijn allemaal van vitaal belang voor de ontwikkeling van vaardigheden en het aantrekken en behouden van talent in de Unie. Dit vereist investeringen, sociale dialoog en versterkte samenwerking tussen alle belanghebbenden.

Richting een Europees Concurrentiepact

De Europese lidstaten roepen de volgende Europese Commissie op om het stimuleren van het Europese concurrentievermogen bovenaan de politieke agenda te plaatsen. Een Europees Concurrentiepact, ondersteund door de diverse raadsconclusies zal groei stimuleren, innovatie bevorderen en investeringen binnen de EU aanmoedigen.

Barbara Cattoor
Beleidsadviseur
Afdeling Economie, Innovatie en Transities
Stephanie Agten
Beleidsmedewerker
Afdeling Coördinatie, Evaluatie, EU en Internationaal O&O&I-beleid
Laure-Anne Rigaux
Beleidsmedewerker
Afdeling Economie, Innovatie en Transities
Philippe Boijmans
Jurist - Beleidsmedewerker
Afdeling Coördinatie, Evaluatie, EU en Internationaal O&O&I-beleid
Theresia Feldmann
Beleidsmedewerker
Afdeling Coördinatie, Evaluatie, EU en Internationaal O&O&I-beleid

Dit kan je ook interesseren

29 mei 2024

Europese ministers voor onderzoek keuren raadsconclusies over Horizon 2020-evaluatie goed

Op 23 mei heeft de Raad Concurrentievermogen conclusies aangenomen over de evaluatie van het 8ste Europese kaderprogramma voor onderzoek en innovatie Horizon 2020. Dit programma liep van 2014 tot 2020 en had een budget van € 75,6 miljard.
24 mei 2024

EU industrieministers zetten krijtlijnen uit voor toekomstgericht beleid voor versterken concurrentiekracht Europese industrie

Tot eind juni 2024 is België voorzitter van de Raad van de Europese Unie. Vrijdag hebben de 27 Europese lidstaten, onder voorzitterschap van de Vlaamse minister van Economie, raadsconclusies aangenomen met als titel ‘A competitive European industry driving our green, digital and resilient future’. Deze goedkeuring markeert het sluitstuk van het zes maanden durende voorzitterschap van België van de Raad van de Europese Unie op het gebied van industriebeleid.
14 februari 2025

Europese Concurrentiekracht centraal op High Level Group-meeting

Op donderdag 13 februari vergaderde in Brussel de High Level Group Concurrentievermogen en Groei van de Europese Unie, onder voorzitterschap van Polen.

Blijf wekelijks op de hoogte

Wij brengen u wekelijks de laatste weetjes, publicaties en cijfers over economie, wetenschap en innovatie in Vlaanderen in uw mailbox.

Nieuwsgierig naar onze voorbije nieuwsbrieven? Bekijk hier ons archief.