Resultaten Wetenschapsbarometer 2024
De Vlaming behoudt een groot vertrouwen en interesse in wetenschap. Dat blijkt uit de resultaten van de Wetenschapsbarometer 2024 waarmee we voor het zevende jaar op rij het draagvlak meten voor wetenschap en technologie bij verschillende doelgroepen van de Vlaamse bevolking.
Het hoge vertrouwen en de grote interesse in wetenschap dat we sinds 2018 meten, wordt in deze nieuwe Wetenschapsbarometer opnieuw bevestigd.
Sterke interesse in wetenschap bij de Vlaamse bevolking
Meer dan 66% van de Vlamingen geeft aan geïnteresseerd te zijn in wetenschap. Slechts 9,1% geeft aan niet geïnteresseerd te zijn, het laagste aandeel sinds het begin van de metingen in 2018. Daarnaast erkent 91% het belang van wetenschap voor de samenleving. Het vertrouwen in wetenschappers is ook toegenomen: 74% van de ondervraagden beschouwt hen als betrouwbaar, een duidelijke stijging ten opzichte van vorig jaar.
Bijna zeven op de tien Vlamingen vinden dat de overheid onderzoek moet ondersteunen, zelfs als het niet meteen een praktisch nut heeft.
.
STEM geniet (nog) meer bekendheid
Het bewustzijn rond STEM (Science, Technology, Engineering en Mathematics) zit nog steeds in de lift. Zeven op de tien Vlamingen hebben al van STEM gehoord. Toch blijkt uit de cijfers dat slechts 16% weet waar men terechtkan voor een STEM-opleiding. Dat wijst op een kloof tussen interesse en toegankelijkheid en vormt een aandachtspunt voor beleidsmakers en onderwijsinstellingen.
Wetenschappelijke geletterdheid blijft aandachtspunt
Hoewel de meeste Vlamingen basisvragen over wetenschap correct beantwoorden, blijven er hardnekkige misvattingen bestaan. Vooral over het aantal mensen op aarde circuleren nog steeds foutieve ideeën. Dat wijst op het belang van wetenschappelijke geletterdheid en het blijvend investeren in heldere, toegankelijke communicatie.
De positieve evolutie van vorige jaren op vlak van de kennis van het begrip STEM zet zich gestaag verder door.
Download
(*) De Wetenschapsbarometer 2024 werd uitgevoerd door iVOX bij 1300 respondenten. Ook 211 werkgevers, 325 leerkrachten, 752 ouders en 526 leerlingen werden bevraagd.