De Vlaamse Regering kondigt vandaag een nieuw ondersteuningsprogramma aan van 2 miljard euro voor de Vlaamse industrie. Met deze aanzienlijke investering worden transitiecontracten structureel verankerd. Daarmee bevestigt Vlaanderen haar ambitie om de noodlijdende Vlaamse industrie te ondersteunen, toekomstbestendig te maken én in Vlaanderen te houden.
Transitiecontracten: van pilootproject tot structureel programma
Vlaanderen lanceerde vorig jaar voor het eerst een pilootoproep voor transitiecontracten (contracts for difference), wat goed was voor 70 miljoen euro gespreid over tien jaar (ofte jaarlijks 7 miljoen). Die oproep focuste op investeringen in elektrische boilers en industriële warmtepompen: sleuteltechnologieën om energie-intensieve warmteprocessen in de industrie te verduurzamen.
Competitiviteit en klimaatbeleid zitten zo in een betere balans. Negen industriële projecten kregen steun toegekend en verminderen samen jaarlijks 82.000 ton CO₂‑uitstoot.
Dit initiatief wordt nu structureel verankerd en het budget wordt aanzienlijk verhoogd, tot een programma dat 2 miljard ondersteuning biedt aan de Vlaamse industrie.
Dit betekent dan ook de grootste ondersteuning ooit in Vlaanderen binnen één programma voor de industrie.
Concreet heeft de Vlaamse Regering beslist om een investeringsbudget van 100 miljoen euro in 2028 en 200 miljoen euro in 2029 uit te trekken, dat 10 jaar wordt verder gezet.
Het budget zal ingezet worden voor contracts for difference. Dit is een innovatieve vorm van overheidsondersteuning die fundamenteel afwijkt van klassieke subsidiëring.
Tot nu toe was ondersteuning gericht op de bouw van nieuwe technische installaties, nu maken we hen ook tijdens de gebruiksfase betaalbaar. Zo dragen we niet alleen bij aan de investeringskosten, maar ook aan de werkingskosten.
Concreet maakt het instrument namelijk mogelijk om operationele kosten, bijvoorbeeld exploitatie- en onderhoudskosten, over een langere periode van verschillende projectjaren te financieren.
Zo wordt aan industriële bedrijven financiële ademruimte geboden, wat hen in staat moet stellen om te investeren in nieuwe technologieën.
De toewijzing van de middelen zal gebeuren op basis van een veilingsysteem. Dit moet garanderen dat de meest efficiënte projecten ondersteuning krijgen. De precieze voorwaarden om de middelen te verkrijgen, zullen op korte termijn in nauwe samenspraak met de industrie uitgewerkt worden.
Hierbij zal de focus gelegd worden op decarbonisatie en elektrificatie. Een nieuwe techniek zoals CCUS (Carbon Capture, Utilisation and Storage) zal hierbij ook in beeld komen.
Technologieneutraliteit vormt een belangrijk uitgangspunt.
De inzet op CCUS past ook in een bredere aanpak van de Vlaamse Regering rond CO2.
De Vlaamse Regering duidde Fluxys C-grid aan als beheerder van het CO₂-vervoersnetwerk. Zij zullen de uitbouw van infrastructuur voor het transport van afgevangen CO2 naar de opslag voor hun rekening nemen.
De Vlaamse Regering staat daarnaast klaar om ook de beheerder voor de Antwerpse CO₂-cluster aan te duiden en zal tegelijk inzetten op versnelde procedures voor de aanleg van CO2-infrastructuur.
Vlaams Industrieplan
Aan het begin van deze legislatuur lanceerde de Vlaamse Regering het Vlaams Industrieplan.
Met zeven strategische actiedomeinen – innovatie, decarbonisatie, omgevingsbeleid en circulaire economie, talentontwikkeling, infrastructuur, interfederale samenwerking en internationale concurrentiekracht – toonde Vlaanderen zijn ambitie richting de Vlaamse industrie.
Er zijn intussen al belangrijke stappen gezet met onder meer de lopende hervorming van het Vlaams vergunningenbeleid, de oprichting van de Vlaamse SMR-alliantie en een actieplan administratieve vereenvoudiging (Regelrecht).
We zetten blijvend in op het ondersteunen van onze ondernemingen om duurzame productie in Vlaanderen te houden. Daartoe behouden we de toegelaten compensatieregeling van de indirecte emissiekosten (CIE). Dat is noodzakelijk om de internationale concurrentiekracht van onze ondernemingen en de tewerkstelling te vrijwaren.
Met deze steun van 2 miljard euro voert de Vlaamse Regering nu een van de belangrijkste acties van het Industrieplan uit.
De Vlaamse industrie kreunt onder een hoge energiefactuur. Daarbij structurele ondersteuning bieden is van vitaal belang. Maar dit is niet genoeg. Alle bestuursniveaus moeten zich ervan vergewissen dat het tijd is voor actie. Actie op alle vlakken – financieel, reglementair, bestuurlijk – moet vandaag genomen worden. Anders gaan we naar een permanente verlaging van de Europese welvaart.
Download