Europese onderzoeksministers bespreken knelpunten KP10 en bereiken akkoord over Onderzoeksfonds voor Kolen en Staal

Gepubliceerd op 27 februari 2026

De Europese onderzoeksministers kwamen samen in Brussel voor de Raad Concurrentievermogen, luik Onderzoek, onder Cypriotisch voorzitterschap.

De vergadering focuste op de vooruitgang van het tiende Kaderprogramma (KP10) en de herziening van het Onderzoeksfonds voor Kolen en Staal (RFCS).

België werd vertegenwoordigd door Bert Versmessen, adjunct‑permanent vertegenwoordiger.

Bert Versmessen, adjunct-permanent vertegenwoordiger en Theresia Feldmann, onderzoekattaché

Op 1 januari nam Cyprus het voorzitterschap van de Raad over van Denemarken. Het Deens voorzitterschap sloot af met een uitgebreid voortgangsverslag over KP10, waarna het CYVZP de onderhandelingen voortzet met een gerichte focus op de nog openstaande (en eerder politiek gevoelige) kwesties.

Het CYVZP beoogt een gedeeltelijke algemene benadering tijdens de Raad Concurrentievermogen van 28 mei. Om voortgang te boeken vroeg het voorzitterschap tijdens de Raad politieke sturing op een aantal openstaande kritieke punten.

Pijler I: brede consensus, maar aandacht voor excellentie

Er is een duidelijke consensus over Pijler I (Excellente Wetenschap). Lidstaten benadrukten dat de onafhankelijkheid en excellentiegerichte selectie van de Europese Onderzoeksraad (ERC) en de Marie Sklodowska-Curie Actions (MSCA) behouden moeten blijven.

Ook België beschouwt Pijler I als het meest mature onderdeel, op voorwaarde dat excellentie en autonomie gegarandeerd blijven. Verschillende lidstaten, vooral uit widening-landen, herhaalden echter het principe: “niets is overeengekomen totdat alles is overeengekomen.”

Governance, dual‑use en defensie: nood aan duidelijkheid

Alle lidstaten uitten zorgen over de relatie tussen KP10 en het geplande Europees Competitiviteitsfonds Fund (ECF), omdat die koppeling volgens hen nog onvoldoende is uitgewerkt. Zij vroegen duidelijkheid over de governancestructuur, het mechanisme voor prioriteitsbepaling, de rol van lidstaten in de besluitvorming en garanties dat onderzoek niet ondergeschikt wordt aan industriële belangen. België benadrukte, in lijn met verschillende lidstaten, dat de koppeling tussen KP10 en ECF licht, werkbaar en transparant moet zijn.

Versmessen benadrukte in dat verband het belang van een volwaardige rol voor de lidstaten in het besluitvormingsproces.

Hij stelde dat “het belangrijk is dat de prioriteiten samen met de lidstaten worden bepaald, en dat zij gedurende het hele proces volledig betrokken blijven. De enige manier om dat te garanderen, is via de zogenaamde onderzoeksprocedure. Tegelijk moet het proces licht en werkbaar blijven, zonder administratieve lasten, en hebben we duidelijkheid nodig over het instrument voor competitiviteitscoördinatie en het bijbehorende sturingsmechanisme.”

Daarnaast wees België op enkele andere belangrijke aandachtspunten waaronder de relatie tussen KP10 en defensie en de nood aan een duidelijke wettelijke basis en de toekomst van de EU-partnerschappen.

Er was brede steun onder de lidstaten om KP10 open te stellen voor dual‑use activiteiten, maar daarbij werd wel om meer duidelijkheid gevraagd. Sommige lidstaten willen onder meer een heldere definitie van dual‑use, een juridische duidelijkheid of defence‑only activiteiten mogelijk zijn en bevestiging dat de financiering van dergelijke projecten via het ECF zal verlopen.

Widening als grootste breuklijn tussen lidstaten

Tijdens het beleidsdebat werd opnieuw duidelijk hoe gevoelig het thema widening ligt. Verschillende lidstaten stelden dat een gedeeltelijke algemene benadering in mei niet haalbaar is zonder eerst een technisch debat hierover te voeren. Discussies in de raadswerkgroep onderzoek zijn op dit moment niet mogelijk, omdat de passages betreffende widening tussen brackets staan. Dit betekent dat het onderwerp eerst in de horizontale werkgroep over het meerjarig financieel kader aan bod moet komen.

Ook andere terugkerende kwesties kwamen opnieuw naar voren, zoals de nood aan het betrekken van de lidstaten vanaf het begin van het prioriteringsproces, monitoring en plafonnering van Europese partnerschappen, de positie van het Europees Instituut voor Innovatie en Technologie (EIT) die verder moet worden uitgewerkt, de rol van technologie‑infrastructuren binnen KP10 en de verdere uitrol van lumpsumfinanciering, tweestaps- en blinde evaluatie.

Conclusie en vooruitblik

De Commissie benadrukte dat de input van de lidstaten belangrijk blijft om KP10 verder vorm te geven. Ze staat open voor bijkomende feedback, maar benadrukte verder dat compromissen noodzakelijk zijn om vooruitgang te boeken.

Het Cypriotische voorzitterschap bevestigde zijn ambitie om tegen mei een gedeeltelijke algemene benadering te bereiken.

Herziening van het RFCS: algemene benadering bereikt

De Raad bereikte een algemene benadering over de herziening van het Onderzoeksfonds voor Kolen en Staal (RFCS).

Het RFCS blijft een belangrijk instrument ter ondersteuning van onderzoek en innovatie in de kolen‑ en staalindustrie, met nadruk op decarbonisatie, competitiviteit en strategische autonomie.

De Europese Commissie had de hervorming van dit fonds in haar actieplan voor kolen en staal aangekondigd. De hervorming voorzag de uitdoving van het fonds tegen 2030 en de liquidatie van alle overblijvende fondsen en een verdubbeling van de middelen die ter beschikking worden gesteld naar 200 miljoen euro per jaar.

Op vraag van de lidstaten, waaronder Vlaanderen, werd het compromis verlengd tot 2034, met een jaarlijks budgetplafond van 120 miljoen euro om stabiliteit en continuïteit te kunnen bieden aan een sector in moeilijkheden. Tegelijkertijd waren er twijfels over de absorptiecapaciteit van de sector m.b.t. de verhoging van jaarlijkse subsidiebedrag.

De Europese Commissie gaf aan dat zij het compromisvoorstel kan steunen, ook al is de tekst die nu op tafel ligt minder ambitieus dan het oorspronkelijke voorstel.

Met dank aan stagiair(e)s Eline Vranken en Max Helsloot voor hun bijdrage aan het artikel.

Theresia Feldmann
Beleidsmedewerker
Afdeling Coördinatie, Evaluatie, EU en Internationaal O&O&I-beleid
Stephanie Agten
Beleidsmedewerker
Afdeling Coördinatie, Evaluatie, EU en Internationaal O&O&I-beleid

Dit kan je ook interesseren

29 mei 2026

Europese onderzoeksministers bespreken laatste knelpunten 10de Europees Kaderprogramma voor Onderzoek en Innovatie

Tijdens de Raad Concurrentievermogen (Onderzoek) van 29 mei werd duidelijk dat de maand juni beslissend wordt voor het Cypriotisch Voorzitterschap om alsnog een gedeeltelijk politiek akkoord te bereiken over het 10de Europees Kaderprogramma voor Onderzoek en Innovatie (KP10).
15 december 2025

Tiende Kaderprogramma: voortgang en O&I-prioriteiten

Op 9 december verzamelden de Europese onderzoeksministers in Brussel voor de Raad Concurrentievermogen (COMPET-Raad). Centraal stond de voortgang van de KP10-onderhandelingen, met nadruk op de onderzoeks- en innovatieprioriteiten die richting moeten geven aan Europese investeringen.
03 oktober 2025

Brede consensus over dual use in toekomstig Kaderprogramma voor onderzoek en innovatie

Op 30 september vertegenwoordigde minister-president Matthias Diependaele de Belgische stem tijdens de Raad Concurrentievermogen (luik onderzoek) in Brussel. De Raad keurde raadsconclusies goed over de Startup & Scaleupstrategie en over de Europese LifeSciencesstrategie. Daarnaast vond een beleidsdebat plaats over dualuse, defensie en veiligheid in het toekomstige Kaderprogramma voor O&I (KP10), gevolgd door een informeel lunchdebat over onderzoeks- en technologieinfrastructuren.

Blijf wekelijks op de hoogte

Wij brengen u wekelijks de laatste weetjes, publicaties en cijfers over economie, wetenschap en innovatie in Vlaanderen in uw mailbox.

Nieuwsgierig naar onze voorbije nieuwsbrieven? Bekijk hier ons archief.