Tijdens de Raad Concurrentievermogen (Onderzoek) van 29 mei werd duidelijk dat de maand juni beslissend wordt voor het Cypriotisch Voorzitterschap om alsnog een gedeeltelijk politiek akkoord te bereiken over het 10de Europees Kaderprogramma voor Onderzoek en Innovatie (KP10).
Een grote hindernis is inmiddels weggewerkt: het voorstel om defensieactiviteiten via de Europese Innovatieraad (EIC) te financieren. Het voorstel zorgde lange tijd voor een blokkerende minderheid, maar het Voorzitterschap is erin geslaagd om voldoende lidstaten te overtuigen.
Tijdens de Raad werd België vertegenwoordigd door Bert Versmessen, adjunct-permanent vertegenwoordiger.
Europese partnerschappen blijven struikelblok
Publiek-private partnerschappen zijn belangrijk voor de opschaling van strategische technologieën in Europa. Discussies gaan vooral over de vereiste industriebijdragen, de inzet van nationale en regionale middelen en het gebrek aan duidelijke contractmodellen.
Het voorstel voor Centraal Financieel Beheer (CFB) vormt daarbij een van de grootste twistpunten. Verschillende lidstaten vrezen dat het systeem — waarbij nationale cofinanciering in een Europese pot vloeit en de Commissie vervolgens uitbetaalt — zou kunnen leiden tot verlies van controle door lidstaten en regio’s.
Voor België vormt dit het grootste knelpunt.
Ook voor een groot deel van de andere lidstaten is hier nog aanzienlijk werk nodig om tot een compromis te komen dat zowel voor nationale en regionale overheden als voor de industrie werkbaar en interessant is.
Governance en link met het Europees Competitiviteitsfonds
KP10 moet nauw aansluiten op het nieuwe Europees Competitiviteitsfonds (ECF), dat investeringen van onderzoek tot industriële toepassing moet verbinden.
Verschillende lidstaten vinden dat de governance‑structuur in de huidige tekst nog onvoldoende is uitgewerkt.
België is tevreden met het voorstel dat nu op tafel ligt.
Widening verdeelt lidstaten
Het debat over widening‑maatregelen — steun voor landen met een mindere onderzoeksbasis — blijft gekenmerkt door de bekende tegenstellingen.
Widening‑landen willen dat het volledige kaderprogramma toegankelijk wordt voor dergelijke maatregelen (horizontaal principe), terwijl lidstaten met focus op excellentie dat te ver vinden gaan.
Toch lijkt de kloof hier stilaan kleiner te worden.
Nieuw voorstel voor bottom-up onderzoeksinitiatieven zorgt voor onzekerheid
Frankrijk en Polen lanceerden een voorstel voor een nieuw type actie: grootschalige, pan‑Europese, bottom‑up onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Dat initiatief stuitte echter op heel wat vragen, vooral over de financiële en institutionele gevolgen voor KP10.
Hoewel niet alle lidstaten hierover het woord namen, maakte de meerderheid van de interventies – België inbegrepen – duidelijk dat meer transparantie nodig is over de budgettaire impact van het voorstel. Daarnaast gaven verschillende landen aan dat zij de voorkeur geven aan om binnen het gekende instrumentarium eventuele opportuniteiten verder uit te werken.
Nieuw Europees kader voor wetenschapsdiplomatie krijgt brede steun
Tijdens de Raad bereikten de lidstaten ook overeenstemming over een nieuwe Europese aanpak voor wetenschapsdiplomatie, ontwikkeld door de Commissie in het licht van toenemende geopolitieke spanningen.
Dit nieuwe kader gaat over het strategisch inzetten van wetenschap en onderzoek om internationale samenwerking te versterken, geopolitieke uitdagingen aan te pakken, EU-waarden en belangen wereldwijd te ondersteunen en het netwerk van wetenschapsattachés beter te benutten. De Raadsaanbeveling werd formeel aangenomen.
Vlaanderen nam van juli 2025 tot eind juni 2026 de toerbeurt voor het domein Onderzoek op binnen de Raad Concurrentievermogen. Vanaf juli wordt deze rol doorgegeven aan Brussel (onder voorbehoud)